Submitted by: eRIC

eRIC COVID-19 Files #6. Paul van Dooren: “Wordt het virtueel tenzij, of fysiek tenzij?”

Welkom terug bij de eRIC Covid-19 files! Dit zijn verhalen over de mensen die aan de frontlinie of directe zijlijn staan van de corona crisis die ons land – en de hele wereld – in haar greep houdt. In deze files worden hun verhalen opgeschreven en gedeeld met iedereen die het gezicht achter de hulpverleners en rampenbestrijders wil leren kennen. In de zesde aflevering van de COVID-files spreken we met Paul van Dooren, Adviseur Innovatie Brandweer Brabant-Zuidoost. 

Inmiddels zitten we een goede vier maanden in de Coronacrisis en kunnen voorzichtig weer vooruitkijken. Hoe gaat de samenleving eruitzien, hoe gaan evenementen er in de toekomst uit zien en hoe zorg je dat je in een grote organisatie toch met elkaar op kantoor kan werken? Alles heeft te maken met veiligheid en hoe die gewaarborgd wordt. Daar heeft van Dooren wel wat ideeën over. Hij zat namelijk in de werkgroep van de brandweer die ervoor moest zorgen hoe de overgang zou gaan van de chaotische eerste weken naar een meer gestructureerde manier van werken in ‘het nieuwe normaal’ – wat overigens een zeer ongelukkige term is, maar dat geheel terzijde.

Voor- en nadelen van op afstand werken

“Met deze werkgroep hebben we onderzocht hoe je als bedrijf invulling geeft aan werken in een corona periode. Dus niet hoe we de crisis aanpakken, maar hoe wij als organisatie kunnen functioneren.

Uiteindelijk moet de werkgroep van Van Dooren de protocollen uitschrijven met maatregelen over bijvoorbeeld desinfectie, looprichting en afspraken over flexplekken. “Als we naar de toekomst kijken, hoe ga je dan te werk? Wordt het virtueel tenzij, of fysiek tenzij? Daar moeten we een uitspraak over doen. We zien dat veel collega’s snel wennen aan virtueel werken. Dat werkt heel goed en efficiënt, omdat je heel snel to the point bent.” 

Werken op afstand heeft volgens Van Dooren echter niet alleen maar voordelen. Zo neemt het sociale contact af – iets wat herkenbaar zal klinken. Daarbij, zo vindt Van Dooren, als je het gevoel wil hebben dat je ergens thuishoort, is het een nadeel dat je er niet fysiek bent. “Een ander lastig vraagstuk is: hoe kunnen we corona proof oefenen?”

De virtuele stap 

Aangezien samen oefenen onmogelijk is geworden, gaat dat nu voornamelijk virtueel. Dat is volgens Van Dooren enorm snel gegaan: drie maanden geleden was het namelijk nog zeer ongebruikelijk om virtueel te oefenen. “Althans, we keken wel naar video’s of gebruikten een elektronisch leersysteem, maar de hoofdmoot bestond uit fysieke training. Nu worden vanuit verschillende regio’s uit het hele land webinars georganiseerd. Dat heeft een enorme vlucht genomen en veel bereik gecreëerd. Het mooie is: je kan webinars ook terugkijken in je eigen tijd.”

Waar nu serieus naar wordt gekeken, is de inzet van Virtual Reality (VR). Met VR kun je volgens Van Dooren voor een deel de praktijk nabootsen. Zo kan je een instructie doorlopen over hoe de pomp van een brandweerwagen werkt. “Er is al best wat mogelijk, je kunt er meer mee dan menigeen denkt of verwacht. VR biedt kansen om blustechniek te oefenen – er zijn zelfs systemen om terugslag te voelen. Natuurlijk kun je er niet alles mee trainen, want je moet het toch ervaren. Dat geldt echter ook wanneer je fysiek oefent: je kunt oefenen wat je wilt, maar als je er echt bij bent is het heel anders dan in een oefencentrum.”

Multidisciplinair samenwerken

Vanzelfsprekend staat ook het gezamenlijk oefenen met andere hulpdiensten stil, maar het optrekken op straat gaat door gewoon door. Volgens Van Dooren is het lastig om tijdens de inzetten de 1,5 meter te handhaven. “Dat vind ik zorgelijk.” stelt Van Dooren. “Als je ergens staat en je hoeft niet dichtbij elkaar te staan, doe het dan niet. Wij als hulpdiensten moeten het goede voorbeeld geven. Wij moeten daarom niet in een groepje bij elkaar gaan staan. Gelukkig gaat dat met het versoepelen van de maatregelen beter, maar ook hier blijft de vraag: wat kan fysiek en wat virtueel?” 

Die multidisciplinariteit zit in het DNA van Van Dooren, want naast zijn werk bij de Brandweer denkt Van Dooren mee aan de invulling van eRIC. “De organisatie heeft mij benaderd om mee te werken aan de beurs. Met enige trots mag ik zeggen dat Energy in Motion van mij komt. Ik vind het namelijk belangrijk om innovatie vanuit de Brandweer uit te dragen. Afgelopen april zou de eerste keer zijn, maar helaas kon het niet doorgaan.” Tijdens eRIC op 24 en 25 maart 2021 is er veel aandacht voor innovatie en elektrische mobiliteit.

Hoe meer data, hoe beter de informatie

Van Dooren ziet duidelijke innovatiebehoeften ontstaan rondom het Coronavirus, voornamelijk op het gebied van informatievoorziening. Daar is goede data voor nodig, maar op dit moment is dat nog niet voldoende op orde. Er zijn volgens Van Dooren verschillende zaken die goed in kaart gebracht moeten worden. “Dat begint bij het in kaart brengen van het aantal besmettingen op welke plek en waar de cohort-locaties zitten (mensen met dezelfde besmettingen), en ook: de drukte op straat, het aantal toeristen dat er op het strand of in het bos is, hoe druk op de weg is, op scholen of in het ov.”

Die informatie is volgens Van Dooren nodig en daar valt nog veel in te winnen. “De volgende vraag is hoe je die beschikbare data kunt ontsluiten. Hier zouden de grote tech bedrijven in kunnen helpen. Ook wij krijgen bedrijven over de vloer die met data-oplossingen komen.”

Met andere woorden: hoe meer data je hebt, hoe betere informatie je hebt, hoe beter je daar de maatregelen op af kunt stemmen. “We zien nu foto’s van drukte in de stad: maar het ligt eraan uit welke hoek je die foto neemt. Maar wanneer je tellers hebt, een satelliet of drone, kun je vroegtijdig maatregelen treffen. Als je een toename ziet bij toeristen, kun je preventief maatregelen nemen. Door data kun je vroegtijdig ingrijpen. Het inzetten van AI biedt bijvoorbeeld enorme kansen om als crisisorganisatie op in te grijpen. Je kunt dan preventief, zelfs proactief, ingrijpen.” 

Er is dus juist nu veel behoefte aan datatoepassingen onder de hulpverleners en crisisbeheersers en dat maakt “veel innovatieve creativiteit los in de mensen.”

eRIC COVID-19

Add new comment