Submitted by: eRIC

Covid-19 Files #13. Tijs van Lieshout: “Coronacrisis toont doorzettingskracht van veiligheids- en zorgprofessionals!”

In deze editie van de Covid-19 files is het woord aan Tijs van Lieshout, algemeen directeur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en sinds oktober 2020 voorzitter van Brandweer Nederland. Van Lieshout ziet dat de rol van de veiligheidsregio’s als regisseurs van de regionale crisisbeheersingsnetwerken tijdens de coronacrisis goed uit de verf komt. “De urgentie voor samenwerking was nog nooit zo groot als nu!”

Veiligheidsregio als netwerkregisseur

“De crisis heeft de naamsbekendheid van het fenomeen veiligheidsregio in de samenleving in één keer een enorme boost gegeven. Vóór de pandemie kwam de veiligheidsregio eigenlijk nooit in het nieuws. Men sprak over de brandweer, de politie, de ambulancezorg… Maar nu stáán de veiligheidsregio’s er, als bakens voor samenwerking en afstemming in een crisis met een ongekende maatschappelijke impact. Fungeren als regisseur in het regionale netwerk, met partners als gemeenten, politie, de zorgsector en de vitale bedrijfstakken, is een van de kerntaken van de veiligheidsregio. Die rol komt in de aanpak van de pandemie goed uit de verf. We hebben elkaar allemaal keihard nodig om de gevolgen van covid-19 op regionaal niveau te beheersen.”

Van ‘witte crisis’ tot maatschappijbrede impact

Van Lieshout zag in het begin van de eerste golf hoe de crisis van dag tot dag van karakter veranderde en hoe er voor het crisismanagement voortdurend nieuwe uitdagingen ontstonden. “Het begon als een klassieke ‘witte crisis’. Een infectieziekteuitbraak, waarbij partijen als ziekenhuizen, de GGD, de Directeur Publieke gezondheid en het ministerie van VWS aan zet waren. Met hun eigen draaiboeken, scenario’s en opschalingsplannen voor de ziekenhuizen. Maar al heel snel werden de gevolgen voelbaar van de maatregelen om verspreiding te beperken. Winkels en bedrijven moesten sluiten, bijna heel Nederland werd gedwongen thuis te werken, evenementen werden afgelast en verboden en sociale contacten werden sterk beperkt. Zo werd Covid-19 ook een maatschappelijke-, sociale- en economische crisis.”

Partijen verbinden

Het beheersen van de medische crisis en de effecten op het openbare leven, is een zaak voor de afzonderlijke ketenpartners, schetst Van Lieshout. Ieder zijn eigen ding, ieder werkt vanuit de eigen kracht. In de witte kolom ligt de focus op medische behandeling en patiëntenspreiding, de politie gaat over de openbare orde en handhaving, burgemeesters en regiovoorzitters moeten als bestuurlijke boegbeelden de situatie duiden en knopen doorhakken.

 “De rol van de veiligheidsregio’s is partijen te verbinden, taken en processen af te stemmen en informatie te delen”, vervolgt Tijs van Lieshout. “Dat doen we binnen de veiligheidsregio’s, ten behoeve van onze gemeenten, de operationele kerndiensten en de regionale publieke en private ketenpartners, maar ook op landelijk niveau. Want de 25 veiligheidsregio’s hebben landelijk hun krachten gebundeld in de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio en via het Veiligheidsberaad, de koepel van de regionale veiligheidsbesturen. Zo kunnen we ook op landelijk niveau invloed uitoefenen op de Rijkscrisisorganisatie en de departementen. Via het Veiligheidsberaad stemmen we ook informatie af met instanties als het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding, het Landelijk Operationeel Team Covid-19 en het interdepartementale crisisteam van de overheid. We denken en praten mee over maatregelen die uiteindelijk op regionaal niveau moeten worden uitgevoerd. Zoals adviseren over de uitvoerbaarheid van noodmaatregelen, het opstellen van noodverordeningen en handhaving daarvan.”

‘Geen domeindiscussie meer’

Samenwerking is in het veiligheidsdomein altijd een leidend begrip geweest, maar van Lieshout weet als geen ander dat die samenwerking niet altijd een vanzelfsprekendheid is. Hij constateert tot zijn tevredenheid dat dat beeld tijdens de coronacrisis flink is gekanteld: “De urgentie om samen te werken wordt heel breed gevoeld, door partijen op landelijk én regionaal niveau. Er is in de aanpak van deze complexe en langdurige crisis geen enkele discussie meer over ‘wiens domein het is’. We doen het samen! Maar voor een succesvolle collectieve aanpak is wel regie nodig, zowel op operationeel als bestuurlijk niveau. Daarin spelen de veiligheidsregio’s een onderscheidende rol die iets toevoegt. Zij kennen de regionale netwerken van publieke en private spelers en zijn als geen ander in staat om, met oog voor het algemeen belang, al die partijen met elkaar te verbinden.”

Brandweer op zijn kop

In het operationele partnernetwerk speelt de brandweer geen grote directe rol bij de bestrijding van de pandemie, al wordt op kleine schaal wel logistieke ondersteuning geleverd bij bijvoorbeeld het opbouwen van coronatestlocaties. Maar de brandweersector wordt wel stevig geraakt door Covid-19. Zo moet de ‘rode kolom’ alle zeilen bijzetten om besmettingen zoveel mogelijk buiten de organisatie te houden en vraagt het veilig organiseren van de uitrukdienst veel professionele creativiteit en strenge protocollen.

Tijs van Lieshout: “Covid-19 heeft de brandweersector behoorlijk op zijn kop gezet. In de basis gaat onze operationele dienstverlening gewoon door, maar op het gebied van preparatie en vakbekwaamheid zijn de gevolgen groot. We concentreren ons op het zo veilig mogelijk organiseren en uitvoeren van onze kerntaken op het gebied van incidentbestrijding, waarbij we maatregelen treffen om het besmettingsrisico zo gering mogelijk te houden. Dat betekent dat we contacten die niet met incidentbestrijding te maken hebben minimaliseren. Zo ligt het praktisch oefenprogramma vrijwel helemaal stil en zijn er ook geen trainingsprogramma’s op oefencentra. Ook de periodieke keuringen van brandweerlieden, de PPMO, worden tot nader order uitgesteld. En bij de vrijwilligerskorpsen, die een sterk verenigingsleven kennen voor de onderlinge groepsbinding en saamhorigheid, zijn alle sociale activiteiten al sinds het voorjaar van 2020 opgeschort. Dat doet best pijn. Beroepskorpsen oefenen op kleine schaal overigens nog wel tijdens hun diensten. Beroepsbrandweerlieden zitten immers toch al 24 uur bij elkaar, al zijn er ook daar strenge regels en richtlijnen voor hygiëne en besmettingspreventie.”

Grotere beschikbaarheid vrijwilligers

De landelijke maatregelen tegen de verspreiding van het virus hebben echter ook een positieve kant, betoogt Van Lieshout. “De dringende oproep van het Kabinet om zoveel mogelijk thuis te werken, pakt voor vrijwilligersposten positief uit. Vrijwilligers zijn immers overdag veel ruimer beschikbaar in de eigen woonplaats, waardoor de paraatheid van veel vrijwilligersposten in coronatijd is verbeterd. Het is dus niet alleen maar slecht nieuws wat corona teweeg brengt.”

Beeldvorming crisis

Terugblikkend op het markante crisisjaar 2020 trekt Van Lieshout een paar eerste lessen en conclusies. Over wat hem opviel in het verloop en de aanpak van de pandemie en de impact op de samenleving en het veiligheidsdomein. In de eerste plaats signaleert hij het verschil in verloop en reactie van de samenleving tussen de eerste en de tweede coronagolf.

“De eerste golf overviel ons en leidde in korte tijd tot een sterke respons van de overheid en alle maatschappelijke sectoren. Het land ging grotendeels op slot en daardoor daalde het aantal gevallen in het voorjaar flink en haalde iedereen opgelucht adem. Toen al werd rekening gehouden met een tweede golf later in het jaar. Die zagen we aankomen en toch bleken we niet in staat om voldoende kracht en urgentie te organiseren om de besmettingsgraad in toom te houden. Dat heeft vooral te maken met de beeldvorming van het publiek en de crisiscommunicatie van de overheid. Rond de zomer zagen we het aantal postitieve tests en geregistreerde besmettingen weliswaar flink stijgen, het aantal ziekenhuisopnames en de bezetting van de intensive cares bleef aanvankelijk relatief beperkt. Als de overheid in haar communicatie consequent de boodschap afgeeft dat het overeind houden van de ziekenhuiszorg en de intensive care capaciteit leidend zijn voor het pakket preventieve maatregelen, moet je niet gek opkijken dat het draagvlak voor beperkende maatregelen gering is als de druk op de ziekenhuizen beperkt blijft. Het beeld van het publiek dat de tweede golf ‘wel meeviel’ hebben we als overheid in feite zelf mede gecreëerd. Die les hebben geleerd. Daarom worden nu ook andere waarden nadrukkelijker gecommuniceerd. Zoals de besmettingsgraad en het inmiddels bekende ‘R-getal’.”

Grote doorzettingskracht

Een ander verschil dat van Lieshout vaststelt is dat er bij de brandweer en ook in andere operationele kolommen in de tweede golf meer uitval is door coronabesmettingen dan tijdens de eerste golf. Grote gevolgen voor de paraatheid en de dienstverlening heeft dat volgens hem niet gehad, omdat de operationele sectoren en de zorg in staat waren met creativiteit en veerkracht personele tekorten op te lossen en hun organisaties goed draaiende te houden.

“Wat ik echt een groot compliment waard vind voor alle ketenpartners in het veiligheidsdomein, is dat we de immense inspanning die we samen leveren voor de bestrijding van de pandemie en de maatschappelijke effecten nu al negen maanden volhouden. Toen tijdens de eerste golf bleek hoe enorm intensief het werk was voor de zorgsector, maar ook voor de politie, handhavers en crisisteams op regionaal en landelijk niveau, vreesde ik dat al snel vermoeidheid en uitputting zou optreden. Maar we houden het met elkaar al die tijd al vol. Die doorzettingskracht onder moeilijke omstandigheden toont waar we als professionals in veiligheid en crisisbeheersing werkelijk toe in staat zijn als de maatschappij ons nodig heeft.”

eRIC COVID-19

Add new comment